Opvoeden en opgroeien

Opvoeden en opgroeien

3 november 2018 0 Door Mireille

Er zijn twee dingen waarover ik wil bloggen. Ze lijken totaal niet op elkaar, maar toch zie ik een verband. Het gaat over gisteren op het werk bij de McDonald’s, voor het eerst vond ik het niet echt leuk. Het werk wel hoor, maar de sfeer was slecht. Het andere is over mijn kittens.

Het zijn schatjes hoor die twee kittens van mij. Maar bij kinderen, mensenkinderen of dierenkinderen komt nu eenmaal opvoeding kijken. Ze zijn gelukkig al zindelijk, dat scheelt. Maar bij de fokster mochten ze bijvoorbeeld gewoon op tafel, dat wil ik niet, dus elke keer als ze op tafel springen/zitten zeg ik foei en zet ik ze weer op de grond. Twan vindt mijn Yucca fantastisch om in te klimmen, ook dat is niet de bedoeling (de plant is al niet al te best meer, dus ik ben bang dat hij het, al slaagt de opvoeding, toch niet gaat redden) en Anna heeft mijn plant in het raam ontdekt om onder te gaan liggen en dan de hydrokorrels er één voor één uit te gooien. En terwijl ik dit schrijf valt Twan, door de losse deksel, in mijn verjaardagsdoos en klimt Anna in de Yucca…

Maar gelukkig zijn de fijne momenten er veel meer en zijn die momenten echt fantastisch. Ze zijn zo knuffelig, vooral Anna.

En daarmee kom ik terug op de werkdag van gisteren. Inhoudelijk geen idee wat er aan de hand was, maar er was gedoe tussen het personeel in de keuken. Ik kreeg er wel wat van mee en probeerde een collega die er nogal last van had wat rustiger te krijgen, maar echt helpen deed het niet. Tijdens een rustig moment en schoonmaken kwam er een manager langs, die heb ik maar even op de hoogte gebracht. Hij wist er al wat van, maar vond het fijn dat ik hem erop wees.

Later die avond, toen het ineens weer druk werd, was er een andere collega die niet zichzelf leek. Ik kon er niets mee, als ik om hulp vroeg liet ze me zwemmen, sprak zo zacht dat ik er niets van verstond, er kon geen glimlach af. Of het aan mij lag of niet, geen idee. Maar toen iemand vroeg of er wat was zei ze van niet. Nou het was overduidelijk dat er wel wat was, maar wat kun je dan nog. Ik heb daar zo’n hekel aan, dat passief-agressieve gedrag. Ik herken het van toen ik jonger was, maar ik weet nu dat je er geen meter mee opschiet. Jij en de ander hebben er alleen maar last van. En dan besef ik weer dat mijn collega’s zo jong zijn als ik toen, dat ze moeten leren dat dit niet werkt. Dat dat niet mijn taak is, maar dat ik ze daar wel bij mag helpen. Én als ze het zo willen houden is dat ook prima, als zij daar gelukkig van worden, maar dan neem ik meer afstand, want ik wil daar geen last van hebben. Maar voor nu kan ik het redelijk loslaten, hoop ik dat het morgen gezelliger is (gelukkig waren er gisteren ook hele gezellige collega’s, waarvan 1 me zo enthousiast welkom terug heette dat andere collega’s ervan schrokken, heerlijk!) en breng ik het ter sprake mocht dat nodig zijn.

Opgroeien…lastig hoor!